![]() |
|
Nieuw wachtwoord aanvragen | ||||||
|
![]() |
|
|
Discussietools | Zoek in deze discussie |
|
|
#1 | |
|
Dit topic is een continuering van de reeks "Is Barcelona het beste team aller tijden?" Het is bedoeld om te praten over wat het beste team aller tijden is, óf er wel een beste team aller tijden bestaat (wanneer is iets 'het beste'? welke criteria?), je herinneringen en weetjes te posten, hoe de omstandigheden en tegenstand door de tijd heen veranderden, de aansprekende ('sterke') en minder aansprekende ('zwakke') kanten van de verschillende teams en/of welk team in de tegenwoordige tijd het meest aanspraak mag maken op een plek in het rijtje.
Op moment van schrijven (juni 2011) is Barcelona het meest bewierookte team ter wereld. Met drie kampioenschappen, twee Champions League, twee Spaanse supercups, één Europese supercup, één wereldtitel en één Spaanse beker behoort het bij de succesvollere teams in de historie. In het bijzonder wordt het vertoonde spel geroemd en spitst zich daarop de discussie toe. Zo is Guardiola van mening dat het Dream Team nog steeds groter was dan zijn team. Cruijff schreef daarentegen de maandag na de gewonnen finale tegen Manchester United het tegenovergestelde. Dit team heeft er een "extra dimensie aan toegevoegd". Hieronder een aantal andere teams uit het verleden die tot de besten ooit worden gerekend: River Plate 1941-1947 ![]() Bijgenaamd 'de machine'. De cesuur wordt gelegd op het moment dat de jonge, snelle, energieke Angel Labruna de overige aanvallers complementeert en terugzakkende schaduwspits (binnenspeler) Pedernera definitief basisspeler wordt van het team (anciënniteit was in deze culturen een factor van belang). Speelde met vijf spelers die het in zich hadden om het spel naar zich toe te trekken en het spel te maken. Mede daardoor niet altijd even effectief en doelgericht (toen al als zodanig erkend) maar tegelijkertijd ook sterk afwijkend van het door Engelse immigranten ingeprente stopperspilsysteem. De nooit vermoeibare Loustau was in de theorie van het stopperspilsysteem de linker vleugelspits maar bestreek in de praktijk de gehele linkerflank (bijnaam: ventilator-vleugel). Di Stefano schiep later in interviews op dat enige mate van efficiëntie ook helemaal niet de bedoeling was geweest. De sterkst mogelijke formatie speelde in deze zes jaar maar 18 keer samen, wat mogelijkheden bood voor de adolescent Alfredo Di Stefano om zijn steentje bij te dragen. Sommige dragende spelers van de ploeg, m.n. de twee leiders, en spelers die ook daadwerkelijk het spel mochten maken, Pedernera en Moreno, hadden een belangrijke rol in het winnen van vier Copa América's (1941, 1945, 1946, 1947). Helaas gaf de oorlog in Europa hen geen kans om hun kunsten te laten testen tegen de sterke Engelse en Italiaanse teams. Door kleine ergernissen en uiteindelijk een staking over salaris, transferrechten (spelers mochten worden getransfereerd zonder hun toestemming) en wettelijke erkenning van hun vakbond viel het team, en Argentijnse voetbal, in 1947 uit elkaar. Velen vluchtten, doordat het autoritaire Argentinië hun licentie in trok, naar het niet door de FIFA erkende Colombia. Dit laatste speelde later een cruciale rol in de geruchtmakende transfer van Di Stefano naar Real Madrid. Dit team heeft de pech dat van hen bijna geen beelden zijn geschoten of zelfs zijn vernietigd. Sterkhouders: Labruna, Loustau, Moreno, Munoz, Pedernera, (Di Stefano) Gewonnen prijzen: Landskampioen van 1941, 1942, 1945, 1947. Ligabeker (Copa Adrián C. Escobar) in 1941. Beker der regio-kampioenen (Copa Ibarguren) in 1941 en 1942. Beker tussen de kampioen van Argentinië en Uruguay (Copa Aldao) in 1941, 1945 en 1947. Real Madrid 1953-1960 ![]() Het Real Madrid van de jaren '50 is onlosmakelijk verbonden met de naam Alfredo Di Stéfano. Door gekissebis over zijn vertrek in 1964 met voorzitter Bernabeu is hij een tijdje uit beeld geweest maar nadat Bernabeu overleed drentelde Di Stéfano weer terug naar de succesrijke gronden. Sinds hij begin jaren '80 bij de club betrokken raakte, draaft hij na zijn trainerscarrière op bij vele presentaties en herdenkingen. Vriend en vijand zijn het erover eens dat hij het voorbeeld is van een ambassadeur voor een traditierijke voetbalclub. Hoewel in 1954 en 1955 de derde en vierde landstitel werden behaald, steeg het team pas naar grote hoogtes toen Puskás zijn schorsing zag worden opgeheven en daaropvolgend vertrok naar de Spaanse hoofdstad. De komst van Puskás (al 31 jaar bij zijn komst in 1958) verleende Di Stéfano de ruimte om een linie naar achteren te zakken. Zijn veelzijdigheid was reeds eerder opgevallen (tijdens de Superclásico tussen River Plate en Boca Juniors stond hij voor 15 minuten onder de lat en liet geen bal door) maar pas nu kwam hij, en zijn teamgenoten, helemaal in zijn element. Hij liet steekballen van zijn voet vallen, gaf voorzetten, verdedigde in eigen strafschopgebied mee, bestreek de hele lengte en breedte van het veld. Na een verloren wedstrijd zei Barcelona coach Helenio Herrera: "als Pelé een violist is, dan is Di Stéfano het complete orkest!" Real Madrid maakte in die jaren net als het Santos van Pelé vele lucratieve buitenlandse reizen. Deze twee clubs ontmoetten elkaar één keer in 1959 ter ere van de afscheid nemende aanvoerder Miguel Munoz (welke overigens zelf niet meespeelde, er stond wat eer op het spel). Real Madrid wint in eigen stadion met 5-3. Het hoogtepunt van deze periode betreft de Europacup-1 finale in 1960 tegen Eintracht Frankfurt in Glasgow. Met 7-3, zelfs toen voor een topwedstrijd een grote uitslag, werd op verbluffende wijze gewonnen. Hierna ging het licht langzamerhand uit voor deze generatie voetballers. In de jaargang 1960-1961 werden vier glaszuivere doelpunten tegen FC Barcelona afgekeurd en kon Real Madrid in de eerste ronde van het EC-1 toernooi naar huis. Dat de rek bij de inmiddels 35-jarige Di Stéfano en Puskás er uit was werd het volgende jaar in Amsterdam tegen Benfica duidelijk. In de tweede helft van de wedstrijd zette Benfica-coach Béla Guttmann een mannetje op Di Stéfano. Waar dit een paar jaar eerder geen enkele zin had doordat Di Stéfano zich op elke positie in het veld senang voelde en met zijn zelfvertrouwen en uithoudingsvermogen (of intelligentie, het is maar hoe je het bekijkt) desnoods rondjes ging rennen op het veld, en de mandekker er braaf achteraan liet lopen, daar blijkt nu dat toch echt iedereen een dagje ouder wordt. Benfica kantelt de wedstrijd en wint met 5-3. Het markeert het einde van een tijdperk en het einde van het project van president Santiago Bernabéu om door middel van supersterren de uitgebouwde stadions vol te krijgen en het bij 100000 socios geleende geld op deze manier terug te verdienen. Bernabéu zag als één van de eerste voorzitters de potentie en eeuwigheidswaarde van het Europacup toernooi. Toen de successen uitbleven greep hij in 1964 hard in; Di Stéfano vertrok met veel tromgeroffel uit de hoofdstad. Sterkhouders: Di Stéfano, Gento, Kopa, Munoz, Puskás, Rial, Santamaría, Zárraga. Gewonnen prijzen: Landskampioen in 1954, 1955, 1957 en 1958 (1960-1964). Winnaar EC-1 in 1955, 1956, 1957, 1958, 1959, 1960. Wereldbeker in 1960. Copa Latina in 1955, 1957. Kleine wereldbeker in 1956. Verder lezen: Eric Castien - De Koninklijke Phil Ball - White Storm, the story of Real Madrid Santos 1958-1970 ![]() Santos begon met twee staatskampioenschappen in 1955 en 1956 al aardig de traditionele top van São Paulo (Corinthians, Palmeiras en FC São Paulo) te bedreigen voordat Pelé bij de club kwam. Omdat zijn moeder het niet toe liet dat hij naar Rio de Janeiro, en in mindere mate elke andere grote miljoenenstad, zou gaan, besloot hij op advies van Waldemar de Brito bij de opkomende grootmacht welke 40 kilometer buiten São Paulo gehuisvest was, een contract na te jagen. Niet dat dit een probleem was: zijn ster rees snel. Door een opgelopen beenbreuk van Vasconcelos kreeg Pelé zijn kans. Direct bij zijn debuut in 1956 scoorde Pelé zijn eerste doelpunt. Toen hij bij het kampioenschap tussen Rio en São Paulo (1957) in 9 duels 5 doelpunten maakte kreeg hij een uitnodiging voor een internationaal toernooi. Het gecombineerde team van Vasco da Gama en Santos speelde in dat toernooi tegen drie overige Braziliaanse teams en vier Europese teams (Sevilla, Lazio Roma, Dinamo Zagreb en Belenenses). In de eerste wedstrijd tegen het Portugese Belenenses maakte Pelé zijn tweede hattrick, amper twee weken nadat hij in een competitiewedstrijd vier doelpunten maakte. In juli van dat jaar speelt hij voor Brazilië zijn eerste interland in de Copa Roca (een traditionele wedstrijd tegen Argentinië), hier scoort hij zijn eerste van 95 doelpunten voor de Seleção. Hij is dan nog maar 16 jaar. Het jaar sluit hij af met de topscorerstitel (36 doelpunten). Santos kende in die tijd ook nog andere goede spelers. Zoals Zito, een nuttige middenvelder waarop Pelé kon leunen. Of Jair, een afbouwende craque die hem veel kon leren over het sterrendom. Of Pepe, een soort verbeterde versie van Ryan Babel met een loeihard schot. Maar net als Ademir da Guia, de ster van de grote concurrent Palmeiras (de Academia van het voetbal) die nooit een kans kreeg in het nationale team, raakten zij allemaal snel ondergesneeuwd. Santos en Pelé herdefinieerden in die tijd de tweede spits positie. Na het trauma van het WK 1950 besloten Braziliaanse teams massaal om een extra, vierde verdediger op te stellen. De zogeheten ponta-de-lança werd voor dit doeleinde geslachtofferd. Santos zag het na een aantal jaren echter anders en verleende de tweede spits eerherstel in het gebruikelijk geworden 4-2-4 systeem. Niet lang erna kwam Pelé langs. In plaats van aangever was de positie van tweede spits primair één van afmaker geworden. De individualistische, intuïtieve brille van Pelé, nota bene na het trauma van 1950 door de Braziliaanse opiniemakers vervloekt vanwege de veronderstelde defensieve kwetsbaarheid, bleek perfect te werken. Naar het WK van 1958 ging Pelé toe als wisselspeler. Per toeval krijgt hij daar het nummer 10 toebedeeld. Hij blijft ermee spelen wanneer hij op het einde van het jaar een onovertroffen aantal van 58 competitie-doelpunten heeft gefabriceerd. De verdere historie van het vedette-nummer is bekend. Ook is Pelé onderdeel van een generatie die in het voetbal niet meer worden gediscrimineerd omdat ze zwart zijn. Waar Zizinho als ster van de vorige generatie slechts sporadisch en met tegenzin werd opgeroepen voor de Seleção, en Friedenreich in de jaren '20 zijn huidskleur wit poederde, daar kan Pelé gewoon elke wedstrijd meepikken. Doordat Santos het zwaartepunt snel verlegde van Rio (met de behoudendere clubs Botafogo en Fluminense) naar São Paulo raakte de acceptatie van andere milieus in het voetbal in een versnelling. Santos wordt een attractie in binnen- en buitenland. In totaal speelde Santos (mét Pelé, want zonder Pelé komen de helft minder toeschouwers en Santos contractueel de helft minder geld) precies 130 wedstrijden tegen Europese clubs. Tegen Feijenoord, GVAV werd op het laatste moment te zwak geacht, wonnen ze in 1959 met 3-0, het Groningse Oosterpark was bij de immense belangstelling met een capaciteit van 18000 toeschouwers veel te klein. Hierin school tegelijkertijd de tragiek, want Santos (en de spelers) had nog zoveel meer kunnen winnen. De Braziliaanse bond wilde dat alleen de kampioenen mee mochten doen aan de Copa Libertadores omdat op die manier meer kon worden getourd. Wanneer dat wordt geweigerd trekt de bond alle clubs terug. Een paar jaar later besluit het bestuur van Santos dit eigenhandig (1967). Daardoor blijft Santos op twee Copa's en twee wereldbekers steken (1962 en 1963). Tegen het einde van de jaren '60 heeft de Braziliaanse bond haar lesje geleerd en trekken ze de regie naar zich toe. Het WK van 1966 was een fiasco omdat vele voetbalclubs de Seleção zagen als uithangbord voor hun spelers (die ze te gelde zouden kunnen maken in Europese tours) en inspraak verkregen in het selectiebeleid. Voor het WK van 1970 wordt niets aan het toeval overgelaten maar de prijs is dan wel dat alle Braziliaanse clubs niet meedoen aan de Copa Libertadores van 1969 en 1970. Pelé en de andere (voor het Westerse publiek bekendere) Santos sterspelers Clodoaldo en Carlos Alberto zijn na een aantal drukke, vermoeiende jaren met reizen, signeersessies, reclamecampagnes, speelfilms tot op het bot gemotiveerd om er wat van te maken. Pelé is inmiddels wat meer een aangever geworden, minder explosief ook, en zet nog één keer alles op alles om zijn stempel te drukken (in 1962 en 1966 lukte dat niet). Drie maanden voorbereidingstijd, waarbij zelfs de NASA wordt geraadpleegd, zorgen voor de ultieme beloning: een derde wereldtitel. Sterkhouders: Carlos Alberto, Clodoaldo, Coutinho, Dorval, Edu, Jair, Mauro, Pagão, Pelé, Pepe, Toninho Guerreiro, Zito Gewonnen prijzen: Staatskampioenschap in 1958, 1960, 1961, 1962, 1964, 1965, 1967, 1968 en 1969. Kampioen van Rio-São Paulo in 1959, 1963, 1964 en 1966. Beker om het landskampioenschap (Taça Brasil) in 1961, 1962, 1963, 1964 en 1965. Officieuze beker om het landskampioenschap (Taça de Prata) in 1968. Copa Libertadores in 1962 en 1963. Wereldbeker in 1962 en 1963. Meer lezen: Pelé Eterno (DVD) Alex Bellos - Futebol August Willemsen - De Goddelijke Kanarie Benfica 1960-1970 ![]() De één zijn dood is de ander zijn brood zegt men wel eens. Als FC Porto eind jaren '50 in grote financiële problemen komt, twijfelt Benfica-voorzitter Vieira de Brito geen moment en contracteert hij de Hongaar Béla Guttmann als coach. Guttmann, opgeleid volgens de aanvallend ingestelde Donau-school, was enorm ervaren en had in een hoop landen veel overgedragen en zelf geleerd. Oostenrijk, Nederland, Italië (waar toen veel buitenlanders speelden), Brazilië en zelfs de Verenigde Staten waren zijn standplaatsen. Een echt vastomlijnd spelsysteem had hij niet, bij Benfica zou hij afwisselen tussen het 4-2-4 systeem en de 'ouderwetse' WM-formatie. Maar altijd met de aanvallende, beweeglijke, op direct spel, over de grond gebaseerde aanvalsintenties van de Donau-school. Hijzelf zei er letterlijk over: "als mijn team meer doelpunten maakt dan tegen krijgt win je altijd". Ruzie maken kon hij ook. Met besturen (hij bleef zelden langer dan drie jaar hangen) en met de pers. Een verslaggever vroeg of Eusébio niet te jong was. Guttmann snauwde terug dat als je goed bent je leeftijd geen mallemoer uit maakt. Het is altijd een punt van discussie gebleven of Benfica destijds eenzelfde ruzie-achtige houding had met de paternalistische dictatuur van Salazar. Benfica-aanhangers wijzen erop dat hun club destijds het enige democratische instituut was van het land en interlands tijdens de dictatuur nooit in hun stadion werden gespeeld. Salazar zag liever niet dat de club in het rood speelde, dat was de kleur van de communisten. Nee, veel liever het wit, het wit van het Katholicisme en Real Madrid. In een wedstrijd tegen Real Madrid in 1965 deed Mario Coluna zijn beklag bij de scheidsrechter, hij kon zich nadien melden bij de politie. De puriteinse Salazar verbood overspel, seksualiteit in het openbaar en vond negers een inferieur ras. God, vaderland en familie stonden in hoog aanzien bij het regime. Maar toen Benfica, mét overspelige negers, grote successen ging behalen werd Eusébio tot nationale schat gebombardeerd en mocht hij niet vertrekken. Eusébio antwoordde tegen Salazar: "Excuseer me mijnheer de president, ik betaal periodiek mijn belastingen en mijn huur, staatseigendom kan ik toch ook niet zijn?". De verwerving van dit 'staatseigendom' kan op het conto worden geschreven van de eerder genoemde Vieira de Brito. Hij, een rijke koffiehandelaar, had vanuit beroepswegen connecties in de (voormalige) koloniën. Door de komst van Coluna, Santana en Aguas (opgegroeid in een jagers- en verzamellaarscultuur) maakte Europa kennis met het atletische Afrikaanse voetbal. De grootste 'schat' van allemaal was Eusébio. Vieira de Brito en Guttmann, beiden hadden hun rol hierin, kaapten gezamenlijk Eusébio weg van de Mozambikaanse satellietclub van Sporting Lissabon. Sporting accepteerde het uiteraard niet maar omdat Eusébio en zijn moeder standvastig waren in hun besluit viel er weinig tegen te doen. Het verhaal dat Eusébio nog net niet spiernaakt op het vliegveld aan kwam is overbekend maar illustratief voor de situatie. Analfabeet of niet, Eusébio werd al snel de "Europese Pelé" genoemd vanwege zijn, in Europa, ongeziene atletische spel, vele doelpunten en het uitblinken op momenten dat de overigen naar primitieve middelen grepen (zoals op het als hard en negatief bekend staande WK1966, waar Eusébio topscorer werd). Benfica haalt met relatief jeugdige spelers snel resultaat en staat in 1961 in het Wankdorf-stadion van Bern tegen FC Barcelona. Dit stadion is overbekende grond voor twee Hongaren van Barcelona, Sándor Kocsis en Zoltán Czibor. De derde Hongaar, de aan tuberculose lijdende Ladislao Kubala, deed op het WK 1954 niet mee maar wordt het meeste van verwacht. Alwéér waren de Hongaren favoriet, alweer haalde de tegenstander allerlei trucs uit (gasten geld aanbieden om hotelkamers te bezetten), alweer was de vedette niet topfit en alweer zou de favoriet als eerste scoren. Wat ook niet veranderde was dat de underdog vrij verdiend won, met 3-2. Voorzitter De Brito krijgt in de rust een hartaanval, overlijdt bijna maar als hij zijn ogen opent zegt hij: "Wat een privilege om lang genoeg geleefd te hebben voor het zien van deze dag. Mijn God, Benfica is de beste club van Europa. Een mooiere dag om dood te gaan kan ik me niet voorstellen". Gelukkig voor hem ging hij niet dood want er kwam nog een tweede gewonnen finale voor het verder gegroeide Benfica. Het globale wedstrijdverloop staat vermeld in het stuk over Real Madrid. Deze finale in Amsterdam, waar de spelers voorafgaand aan de wedstrijd langs de Lijnbaangracht liepen om handtekeningen uit te delen, wordt dankzij de aanvallende intenties en kwaliteiten van beide teams, door de opa van de voetbaljournalistiek als één van de mooiste finales uit de historie beschreven. Brian Glanville is weliswaar, hoe kan het ook anders, nog lyrischer over de finales met Britse teams maar deze staat er niet ver achter. Eusébio, pas dat seizoen basisspeler, steelt samen met middenvelder Coluna de show, is de matchwinner en Benfica wordt voor de tweede keer op rij Europees kampioen. Guttmann vraagt daarop opslag voor hem en zijn spelers. Dat wordt geweigerd, onbetaalbaar. Guttmann is boos en prevelt de overbekende vloek. Benfica zou nooit meer een Europese beker winnen. Dat komt uit. Eusébio zou veel later als coach voor de zekerheid zijn graf bezoeken en smeken om vergiffenis maar het hielp niet. Benfica zou in de jaren '60 nog drie Europese finales spelen, allen verloren. In 1969/1970 laat dit Benfica zich voor het laatst spreken. Tegen het eveneens aanvallende en sterke Celtic wordt een 3-0 achterstand in eigen huis goedgemaakt. Benfica scoort zelf ook drie doelpunten. Wat nu? Op het EK1968 werd de muntworp gehanteerd, een seizoen later de beslissingswedstrijd. Benfica moest toen tegen Ajax (1969) een wedstrijd in Parijs spelen (de NOS was overigens helemaal verrast en stond uit paniek in de aanloop verslag te doen vanuit een hoerenkast, echt waar). Maar nu heeft de UEFA weer de muntworp van stal gehaald. Aanvoerders McNeill en Coluna staan in het kamertje van de scheidsrechter samen met twee, ter controle dienende, clubbestuurders naar het gulden-muntje te kijken. McNeill zegt 'kop'. Het muntje valt, rolt en blijft liggen. Kop was het verdict. McNeill kwam terug het veld op en het feest kon beginnen voor Celtic. Dit was de laatste keer dat de UEFA het in zijn hoofd hield om dit onrechtvaardige systeem toe te passen. Sterkhouders: Augusto, Águas, Coluna, Costa Pereira, Eusébio, Germano, Simões, Torres. Gewonnen prijzen: Landskampioen in 1960, 1961, 1963, 1964, 1965, 1967, 1968 en 1969. Bekerwinnaar in 1959, 1962, 1964 en 1969. Beker van Lissabon (Taça de Honra) in 1963, 1965, 1967, 1968, 1969. Europacup-I in 1961 en 1962. Miniwereldbeker in 1965. Meer lezen: Raf Willems - 35 Europese topclubs Keir Radnedge - 50 Years of the European Cup and Champions League Ajax 1968-1973 [VERWIJDERD VANWEGE RECHTENISSUE] Toen in januari 1965 Rinus Michels zich meldde bij het in degradatienood verkerende Ajax was het Nederlandse voetbal beslist geen woestenij. De boeken Brilliant Orange en Inverting the Pyramid identificeren een aantal gunstige omstandigheden voor het Nederlandse voetbal. De welvaart nam bijvoorbeeld toe, daardoor waren de jaren van schaarste voorbij en verbeterden de voedselkwaliteit, de medische wetenschap, de mogelijkheden voor full-prof voetbal en de sportspecifieke opleidingen. Michels had zelf na zijn actieve carrière de academie voor lichamelijke opvoeding gevolgd, was daarna een tijdje leraar geweest, en had daardoor een gedegen generalistische achtergrond (en wist dat pressing in andere sporten in de mode was geraakt). Ook lag de nadruk in dit land veel meer op techniek, is het starre stopperspilsysteem nooit populair geworden en werd er geen strikte mandekking gehanteerd. Bij Ajax werd reeds voor de komst van Michels geoefend volgens de Schotse passing-game en werd, zonder dat één enkel, eenvormig en eenduidig spelsysteem werd opgelegd, zoveel mogelijk door alle lagen van de vereniging heen deze uitgangspunten benadrukt. De achtergrondvoorwaarden waren zogezegd gunstig. Hoewel al het onderstaande niet ontsprong uit één of ander bedacht blauwdruk en het langzamerhand moest groeien, paste Michels direct een ijzeren discipline toe. Waar Duitsers behoefte hadden aan aimabele vaderfiguren als Helmut Schön omdat zij de discipline van zichzelf bezitten en van nature een tekort aan zelfbewustzijn tentoonspreiden, daar was het bij de Nederlanders omgekeerd. Zo redeneerde Michels tenminste. Na de (gewonnen) wedstrijd mocht er worden doorgezakt en op de trainingen was er ruimte voor grappen en humor maar hij hield zoveel mogelijk de touwtjes en regie strikt in handen. Als het hem niet zinde liet hij voor straf spelers om zeven uur s'ochtends opdraven, waarna hijzelf in zijn auto wegscheurde. Hij liet spelers doelbewust hun handen verbranden op het moment dat ze een sigaret in hun broekzak verstopten. Hij belde aan bij huizen en controleerde de warmte van motorkappen om te zien of ze op tijd op bed lagen. Met gerichte opmerkingen kon hij ten overstaan van de groep ("ik wil niet dat jij naar voren gaat want dan komt Suurbier één-tegen-één te staan, dat kan hij niet") spelers motiveren. Voor persoonlijke, emotionele gesprekken had Ajax Salo Muller, de amateur-psycholoog, in huis (masseur van beroep). Nieuw was zijn verlangen om van iedereen een full-prof te maken. Arie Haan moest zijn studie afbreken, anderen moesten hun werk opzeggen. Alleen zo kon er intensief worden getraind, waarbij trainen met de bal voorop stond maar tegelijkertijd, en dat was nieuw bij Ajax (Nederland?), conditie- en looptrainingen op het programma stonden. Bovendien kon het concept van druk zetten worden geïmplementeerd, dit werd onmogelijk geacht te doen met amateurs of semi-profs. Gradueel werd Ajax beter en beter. Er werd afscheid genomen van het in Europese wedstrijden kwetsbare 4-2-4 systeem en een aantal spelers zoals Soetekouw, Pronk en Van Duivenbode werden allen te licht bevonden. Het 4-3-3 systeem met inschuivende verdediger kwam ervoor in de plaats. Voor dit laatste werd de voortreffelijke buitenlander Velibor Vasović gehaald. Ajax ontmoette steeds taaier wordende defensies ("muren"). Michels ging daaropvolgend de verticale en horizontale positiewisselingen invoeren. Dit laatste werd makkelijker geacht uit te voeren in een 4-3-3 veldbezetting. Tenslotte was daar de factor Cruijff. Cruijff voerde elke dag voorafgaand aan de training in het kamertje van Michels een gesprek. Cruijff kon zo zijn invloed doen gelden, de stemming onder spelers overbrengen aan Michels én de stemming van Michels zelf peilen en dat weer doorgeven aan de spelers. Michels corrigeerde de (tactische) fouten van Cruijff maar Cruijff corrigeerde, in toenemende mate naarmate hij ouder werd, in het veld ook tactische fouten van Michels (Cruijff schatte dat percentage op 10%) en kon als geen ander de wedstrijd lezen, iets wat door Michels werd onderkend. Spelers begonnen begin jaren '70 elkaar op het veld instinctief aan te voelen. Het moment kwam naderbij dat, zoals Rep het zei, men klaar was met het gezeur van Michels. Michels vertrok naar Barcelona. Aan de nieuwe trainer vroegen de spelers: "Wat vindt u van ons lange haar?" Trainer: "Ik ben een coach, geen kapper". Onder de wat lossere opvolger Stefan Kovács speelde Ajax haar beste wedstrijden met als hoogtepunt de 4-0 tegen Bayern München (later door L'Equipe uitgeroepen tot Europacup-wedstrijd van de eeuw). De ontspannen houding werd door de meeste spelers gewaardeerd. Sommige spelers konden minder waardering opbrengen voor de aan scherpte ingeboete trainingen. Arnold Mühren sprak over "anderhalf uur lummelen". Bij gebrek aan gezag van de trainer ontpopte Cruijff zich steeds meer tot de leider. Helaas kan dan niet iedereen even goed om gaan met het door Cruijff gehanteerde 'conflictmodel' (Cruijff zei er later over dat hijzelf gemotiveerd raakte van conflicten, later door hem toegepast als trainer). De irritaties lopen op en eind '73 wordt niet Cruijff maar de steeds moeizamer spelende Keizer door de spelersgroep gekozen tot aanvoerder. Ajax vindt in de tweede ronde tegen CSKA-Sofia haar waterloo. Cruijff vertrekt kort daarop naar Barcelona. De dan aangestelde Knobel verzucht in een interview: "dit Ajax is door drank en vrouwen kapot gegaan", waarna hij niet lang daarna werd ontslagen. Sterkhouders: Blankenburg, Cruijff, Hulshoff, Keizer, Krol, Neeskens, Rep, Swart, Vasović Gewonnen Prijzen: Landskampioen in 1968, 1970, 1972 en 1973. Bekerwinnaar in 1970 en 1972. Europacup-I in 1971, 1972 en 1973. Wereldbeker in 1972. Europese supercup in 1973. Verder lezen: David Winner - Brilliant Orange Menno de Galan - Trots van de wereld AC Milan 1987-1990 ![]() Berlusconi nam in 1986 een zo goed als failliete club over. Er was geen geld, er was geen recente historie en er was een verouderd stadion. Berlusconi wilde wel investeren maar zag ook de commerciële mogelijkheden van het voetbal. Hij, met zijn media- en showbizz-imperium, voorzag hoe je het voetbal in de binnen- en buitenlandse huiskamers aan de man kon brengen. Maar hoe doe je dit met een gevallen topclub? Hoe zet je dat op de kaart? Het antwoord was in feite vrij simpel: aanvallend, spectaculair, dominant en on-Italiaans spelen. Eis de aandacht op, wordt het (voetbal)gesprek van de dag en verbaas de Italianen en de wereld. In 1986/1987 zag hij zijn club in de Coppa Italia spelen tegen Parma. Parma, een tweede-divisie club, won met 0-1. Berlusconi was onder de indruk van hoe Parma speelde en besloot om contact op te nemen met de coach Arrigo Sacchi. Sacchi leek geknipt voor de baan. Als tiener en twintiger ging hij met zijn vader mee op zakenreis, voorbestemd om zijn vader later als handelaar in schoenen op te volgen. Hij kwam geregeld in het Olympisch Stadion van Amsterdam en zag daar Ajax spelen. Sacchi maakte aantekeningen en lette speciaal op de dingen die je niet op televisie kon zien. Hij begon zich zo langzamerhand te storen aan het vrij conservatieve Italiaanse spel waar maar geen ontwikkeling in leek te zitten. Daarmee is niet gezegd dat Ajax zijn enige (wél voornaamste) inspiratiebron was. Honvéd, Real Madrid en het Braziliaanse elftal konden hem ook enorm fascineren. Dat sprak Berlusconi buitengewoon aan want Milan moest het beste van alles verenigen en als het even kon daaraan voorbij gaan. Beroemd is het verhaal van Sacchi die aan Van Basten een magazine met daarin 'de beste teams ooit' laat zien en zegt "dáárom moet je overtuigend spelen". Sacchi ging rigoureus tekeer. De oer-Italiaanse positie van libero sneuvelde, een verdediging met vier (niet drie, niet vijf) op een rij kwam er voor in de plaats. Nu was daar het probleem dat de 'mister Milan' van de ploeg zelf een libero was. In het boekje "het perfecte elftal" staat beschreven hoeveel energie Sacchi erin stook om Baresi te overtuigen. Hij wist natuurlijk ook dat als je Baresi mee had, je al voor meer dan 50% de hele selectie voor je had gewonnen. De trainingen werden veranderd. Voetvolley (waaraan recordaankoop Gullit aanvankelijk niet mee mocht doen), en aanverwante op (individuele) techniek gebaseerde oefeningen, kwam in de plaats voor afwerken op het doel (het raadsel waarom Italiaanse spitsen zo levensgevaarlijk zijn is daarmee opgelost). Sprint-trainingen kwamen in de plaats voor duurloop. Oefenen op specifieke spelsituaties kwam in de plaats voor het vele wedstrijdjes en partijtjes spelen (wat tevens voor de voormalige Ajax-spelers wennen was). Wat Sacchi ook deed was oefenen zonder bal. De spelers werden bijvoorbeeld op het veld in slagorde opgesteld en Sacchi riep vervolgens de coördinaten van waar de bal was. Alle spelers moesten daarop synchroon, snel en kordaat op reageren. Tijdens deze oefening wisselde Sacchi het tempo en moeilijkheidsgraad af (soms zette hij ze op het verkeerde been; het hoorde er bij). Het had allemaal een doel. De Italiaanse mandekking werd terzijde geschoven, compromisloze zone-verdediging kwam ervoor in de plaats. Pressing kwam in de plaats voor het laten terugzakken tot op het laatste kwart van het speelveld. Dit laatste moet niet worden verward met 'afjagen', want dat deed Milan zeer sporadisch. Sacchi zegt er zelf, erg bescheiden, over dat Ajax veel meer was gebaseerd op "fysieke superioriteit" en zijn team op "tactisch overwicht". Het viel als toeschouwer te merken: de tegenstander kwam een onzichtbare lijn over, meestal rond twee-derde van het speelveld, en het leek net alsof er een schakelaar werd omgezet en elf met sensoren aan elkaar verbonden Duracel-konijnen in beweging kwamen. Een beweging rond de vier gepredikte "ijkpunten" van bal, ruimte, medespelers en tegenstander. Dit alles werd gecombineerd met een zeer agressieve buitenspelval. De stelregel was dat de voorste en achterste linie nooit meer dan 20 tot 30 meter van elkaar moesten zijn verwijderd. Om deze reden werd de 4-4-2 veldbezetting gehanteerd; het middenveld werd simpelweg 'vol' en onbegaanbaar gemaakt. Gullit kwam mede door dit systeem in 87/88 helemaal tot zijn recht, hij zou er de Gouden Bal voor krijgen, voordat hij een ernstige knie-blessure opliep. Als voorhoedespeler kon hij met zijn krachtige, lange passen in elk denkbaar gat kruipen. Gullit was, vooral in het begin, sowieso de favoriete speler van Sacchi omdat hij alles kon uitvoeren, snel zaken op pikte en naast spits een middenvelder kon zijn. Wanneer de situatie erom vroeg kon Gullit ook rechtsbuiten spelen en kwam de 'pure' buitenspeler Donadoni aan de linkerkant te staan (iets soortgelijks brachten de technisch begaafde backs Tassotti en Maldini). Illustratief was de wedstrijd tegen en in Napoli (1988). Twee speelrondes voor het einde was de sfeer ronduit vijandig en kwam er politie aan te pas om de menigte van het door Milan ingenomen hotel af te houden. Milan won die wedstrijd, stelde het kampioenschap veilig. Later kwamen er geruchten over wedstrijdmanipulatie maar iedereen kon zien dat Gullit in die wedstrijd groots bezig was geweest. De kroon op het werk arriveerde een seizoen later in de vorm van de Europacup. In de Serie A ging het o.a. door vele blessures minder goed maar voor de Europacup waren op het cruciale moment alle sterkhouders aanwezig. Gullit was weliswaar minder goed als het seizoen ervoor, daar stond tegenover dat Rijkaard was gekomen en Van Basten kon spelen (in 87/88 speelde hij amper). Milan won superieur van één van de sterkste Real Madrid teams aller tijden (1-1; 5-0). Sacchi zei later dat hij de dag daarop met een "zoete smaak" in zijn mond wakker werd. Alsof het "niet meer te overtreffen was". De finale tegen Steaua Boekarest ging de boeken in als één van de meest eenzijdige finales die er zijn gespeeld. Het werd gespeeld in het Camp Nou en het was de vraag of het niet ontsierd zou worden door stakingen en een krakkemikkige organisatie. Berlusconi wist dat dit hét moment was om zijn ploeg aan de wereld te presenteren en vloog een aantal Italianen in zodat het aan niets zou ontbreken. Milan speelde onafgebroken 60 minuten lang dominant voetbal totdat Gullit geblesseerd moest afhaken. Het stond op dat moment al 4-0. Milan hield dit voortreffelijke spel nog een half jaar vol maar langzamerhand kwam de klad erin ofschoon er nog een tweede Europacup werd behaald tegen Benfica (1990). Gullit kon slechts twee wedstrijden in dat seizoen meespelen (waaronder de finale) en bij Ancelotti begonnen de knieën tegen te sputteren. Het team was uitgeput. Niet alleen fysiek maar ook mentaal. Er kwam een sleur in. Sacchi kon geen nieuwe oefenstof bedenken terwijl hij even veeleisend bleef (Ajax-trainer Kovács kreeg nog het compliment dat hij "achterover kon zitten en niets doen"). Tegen welke tegenstander ook werd gespeeld, hij was compromisloos in zijn doelen. Doseren was in het geheel niet zijn sterkste kant. Zijn piepel-management kwaliteiten werden im frage gesteld. In 1991 werd hij, na een aanvaring met Van Basten, ontslagen. Sterkhouders: Ancelotti, Baresi, Donadoni, Gullit, Rijkaard, Tassotti, Van Basten. Gewonnen prijzen: Landskampioen in 1988. Italiaanse supercup in 1988. Europacup-I in 1989 en 1990. Wereldbeker in 1989 en 1990. Europese supercup in 1989 en 1990. Verder lezen: Jonathan Wilson - Inverting the Piramid Jan-Cees Butter - Het perfecte elftal John Foot - Calcio FC Barcelona 1989-1994 ![]() 28 april 1988 is een zwarte dag in de historie van FC Barcelona. Op die dag lazen Víctor Muñoz en José Ramón Alexanko (die er niet achter stond maar als aanvoerder zijn verantwoordelijkheid nam) namens de spelersgroep een verklaring op. Twee dagen voor de wedstrijd tegen Real Madrid eisten zij op een door zichzelf belegde persconferentie in het Hesperia-hotel het vertrek van voorzitter Josep Lluís Núñez. Zoals zoveel conflicten ging dit over geld en dan met name achterstallige betalingen van wedstrijdpremies. De directie van FC Barcelona was weinig vergevingsgezind en ontsloeg op negen spelers na de hele selectie. Een paar dagen na de, door Barcelona gewonnen, El Clásico kwam Núñez met een konijn uit de hoge hoed: Johan Cruijff, slechts een paar maanden daarvoor nog trainer van Ajax. Het gaf Cruijff de kans om zijn elftal zelf vorm te geven. De Engelstalige kolonie (Lineker, Hughes, Archibald en ook nog coach Venables) en de rest van de spelersgroep hoefde hij niet helemaal zelf te ontmantelen. In het eerste jaar werden maar liefst zestien nieuwe namen naar het eerste gehaald. Amor, Bakero, Beguiristain, Salinas, Serna en Rekarte behoorden bij deze lichting. Het tweede jaar kwamen pas de grote aankopen Koeman (12,5 miljoen gulden) en Laudrup. In het derde jaar kwam Stoitsjkov. Pas toen kwam het eerste kampioenschap onder de leiding van Cruijff (Stoitsjkov veroorzaakte toentertijd nog wat relletjes en stampte op de voet van een scheidsrechter waarvoor hij twee maanden werd geschorst, uiteraard nam Cruijff hem in bescherming). Na de Olympische Spelen van 1992 in Barcelona ging dit team voortaan door het leven zoals het vandaag de dag wordt benoemd: het Dream Team. Het ging allemaal niet meteen van een leien dakje in Barcelona. Cruijff kreeg vrijwel direct aanvaringen met Núñez. Beiden wilden maar al te graag benadrukken dat zij het succes en de weg naar boven mede mogelijk maakten. Núñez dook net als Cruijff continu met gepeperde uitspraken op in de pers en stond onaangekondigd en ongevraagd in kleedkamers, het nieuw opgetuigde spelershome, restaurants en perszalen. Cruijff beschuldigde bovendien meerdere malen de autoriteiten en scheidsrechters van pro-Real Madrid sentimenten en werd daardoor even zo vaak (volgens een door Cruijff geautoriseerde bron negen maal) naar de tribune verwezen. Er kwam kritiek op zijn algehele presentatie en de tactiek om met drie verdedigers achterin één tegen één ("uno contra uno") te spelen. Zijn assistent Rexach zei daar later over: "Johan dacht dat wat voor hem gemakkelijk of normaal was, dat ook voor anderen was. Hij zei tegen aanvallers doodleuk dat ze gewoon hun man moesten passeren en moesten scoren, en tegen verdedigers dat ze één op één moesten spelen". De pers begon vragen te formuleren over de vele tegendoelpunten en de afwijkende Cruijffiaanse opvatting dat verdedigers niet snel en sterk hoefden te zijn als ze maar konden voetballen. Cruijff voelde daaropvolgend aan dat (ook) zijn spelers werden aangevallen, moest ze in bescherming nemen, en begon zich te keren tegen de media. Collega-coaches als Leo Beenhakker kregen ongevraagd advies van de Grootmeester ("Ik zou een speler van het kaliber Butragueño nooit op de bank zetten"). Al met al was er in de kampioensschapsloze jaren sprake van een ruzie-achtige en opgehitste sfeer, net als de laatste drie jaren van Cruijff. Ondanks de vele tegendoelpunten kreeg Cruijff al snel veel lof voor het verzorgde en aanvallende spel. De basis van dit alles lag in de trainingen. Het merendeel van deze trainingen waren gebaseerd op positiespelletjes (zes tegen vier, vijf tegen twee etc.). Cruijff introduceerde in Spanje het begrip 'de rondo' (er zijn nadien Spaanse televisieprogramma's naar genoemd). Cruijff kreeg van de spelers de bijnaam 'Dios' omdat Cruijff alles wist, op elke wedstrijdsituatie een oplossing had (terzijde, de benaming El Salvador is een Nederlands verzinseltje van een journalist). Tijdens de wedstrijden zelf begon hij tegen de bankzitters korte en lange colleges te houden over hoe ze problemen voetballend kunnen oplossen, alsof ze nog op de training waren. Op deze trainingen deed Cruijff, zeker voor zijn hartoperatie, alles zelf voor en mee, en was hij veruit de beste en het snelste in de juiste positie kiezen bij zijn inventieve positiespelletjes. Van spelers als Laudrup kwam af en toe de kritiek dat er te weinig werd getraind op koppen en schieten, te meer omdat Laudrup zelf werd verweten niet doeltreffend genoeg te zijn, maar als er iets afwijkends werd gedaan dan was dat meestal in het kader van de ontspanning en gebeurde dat op incidentele basis. Het conditionele aspect werd voortdurend met de bal op peil gehouden. In de omgang met spelers moesten de assistenten vaak als schild dienen. Cruijff kon hard tekeer gaan en verlangde steeds van iedereen 100% inzet. Een trotse man als Stoitsjkov pikte dat niet als dat voor de hele groep gebeurde en bij een gentlemen als Laudrup werkte een donderpreek averechts. Voor één iemand maakte Cruijff een uitzondering: Romario. Er werd een oogje toegeknepen als hij te laat kwam, maar toen de doelpuntenproductie eind 1994 stokte was het krediet snel op. In persoonlijke gesprekken sprak hij zijn spelers altijd aan op hun kwaliteiten. Dat wil zeggen: er werd niet gewaarschuwd voor wat de tegenstanders konden doen, maar benadrukt hoe zijn spelers die tegenstanders de baas konden zijn. Over Manolo (snel en één tegen één zeer sterk) van Atlético Madrid zei Cruijff tegen zijn verdedigers: "We geven hem gewoon geen mandekking. Laat hem maar vrij staan. Dan weet hij van gekkigheid niet wat hij moet doen". Zijn verdedigers vonden dat in de spelerstunnel een vreemde opdracht totdat ze in de wedstrijd doorkregen dat het wonderwel werkte. Het team van Cruijff ontving de laatste drie keer pas op de laatste dag het kampioenschap (Final de infarto in het Spaans). Twee keer liet Real Madrid het tegen en op Tenerife liggen. De derde keer verzuimde Deportivo la Coruna het om in de laatste minuut een strafschop erin te schieten. Cruijff was niet onder de indruk: de laatste minuut maakte evenveel deel uit van de competitie als alle andere minuten. Daarbij: hij had tegen zijn assistent Naval voorspeld dat hij zou worden gemist dus voor hem was het niet zo bijzonder allemaal. In de Europacup finale op Wembley (1992) had hij het geluk ("logisch" volgens hem) eveneens aan zijn zijde. Het werd 0-1 door een karakteristieke vrije trap van Koeman maar het had net zo goed 3-3 of 3-0 kunnen zijn. Laat in de tweede helft bleken de verdedigers van Barcelona andermaal veel te traag maar Vialli had tot twee keer toe zijn vizier zeer onscherp afgesteld (één keer faalde hij vanaf drie meter, schoot hij over). Door magistraal keeperswerk van Zubizaretta aan de ene kant en Pagliuca aan de andere kant werd het in de boeken slechts een zakelijke 0-1. De laatste jaren kwamen er steeds meer scheuren in het bolwerk. De problemen ontstonden toen Romario in 1993 arriveerde. Niet alleen onttrok hij zich aan de groepsdiscipline maar ook betekende het dat vanwege de 'drie-buitenlanders regel' één buitenlander op de bank moest worden gezet en dat kon niet de dure Romario zijn. Cruijff besloot eerst om Koeman erbuiten te laten. "Hem kan ik het tenminste in het Nederlands uitleggen, hij begrijpt het beter". Later kwamen ook anderen aan de beurt. Núñez bemoeide zich, omdat hij het allemaal moest betalen, via de pers ondertussen met het selectiebeleid en dat werd uiteraard niet gewaardeerd. De verloren Champions League finale in 1994 (4-0 voor AC Milan) trok een ontzettend zware wissel in de groep. Laudrup was het vele gezeur en bankzitten zat en vertrok snel naar Real Madrid. Zubizaretta kreeg de zondebok toebedeeld en mocht in de bus zijn ontslag aanhoren. Doordat ook Goikoetxea en Salinas vertrokken viel het kerngroepje, die voor de sociale controle en orde zorgde, uit elkaar. Bruins Slot: "Na de verloren Europa Cup-finale in 1994, in Athene, is het een beetje geknapt. Die vriendenkring die de spelersgroep was, daar kwamen toch barstjes in". Cruijff wilde voor het volgende seizoen een aantal dure aankopen doen (Zidane, Henry, Rui Costa, Winter) maar de voorzitter was niet onder de indruk. Hij vroeg "de Eiffeltoren" en "voor twee miljard peseta's kan mijn conciërge zelfs een goede aankoop doen". Dus kocht Cruijff als protest maar een paar spelers voor nul peseta's. Door hemzelf uitgezochte, minder dure, spelers als Hagi, Kodro en Prosinecki mislukten onder zijn bewind. Cruijff erkende later dat spelers uit het Oosten te veel een passieve mentaliteit met zich mee brachten maar had niet meer de tijd om dat te herstellen. Volgens Rexach dachten zij als staf ten onrechte dat "ons systeem bepalend was voor het resultaat". Zijn eigen zoon Jordi Cruijff werd in dat systeem de vervanger van Laudrup. Omdat hij niet hetzelfde niveau had van Laudrup en ook schoonzoon Angoy (die volgens de pers überhaupt niet het niveau had) erbij haalde kreeg Cruijff al snel het verwijt van nepotisme naar zijn hoofd geslingerd. Een bijgevolg was dat de verhoudingen in de kleedkamer werden verstoord, niemand durfde zich meer uit te spreken, bang als hij was dat het ongefilterd zou worden doorgebriefd. Núñez voegt zich bij de kritiek hetgeen culmineert in een beklijvend beeld van een Jordi Cruijff die zijn vader in de armen vliegt na een, niet eens winnend, doelpunt. In de pers verschijnen verhalen over dat Cruijff geld zou krijgen voor het lekken van nieuwtjes waarna Cruijffs aanhangers zelf suggereren dat Núñez hier weer achter zit. De resultaten vallen ondertussen bitter tegen en daar wordt Cruijff in het openbaar door de directie persoonlijk voor verantwoordelijk gehouden. Wanneer de media bericht over zakelijke onenigheid ("broodroof", Cruijff zou promotiewerk verrichten voor de concurrent) tussen Cruijff en Núñez begint de situatie onhoudbaar te worden. Cruijff laat doorschemeren Núñez niet te zullen steunen in zijn herverkiezing. Op 18 mei 1996 komt vice-voorzitter Gaspart het nieuws aan Cruijff vertellen dat volgend seizoen Bobby Robson de trainer zal zijn. Cruijff is boos. Stoelen vliegen door de ruimte, langslopende spelers moeten worden afgehouden, termen als "judas", "verrader" en een straffende God vallen. Cruijff wordt op staande voet ontslagen en leefde sindsdien nog lang in onmin met zowel Núñez als Gaspart. Sterkhouders: Bakero, Beguiristain, Goikoetxea, Guardiola, Koeman, Laudrup, Romario, Stoitsjkov Gewonnen prijzen: Landskampioen in 1991, 1992, 1993 en 1994. Bekerwinnaar in 1990. Spaanse supercup in 1991, 1992 en 1994. Europacup-I in 1992. Europacup-II in 1989. Verder lezen: Jimmy Burns - Barca, a people's passion Mik Schots & Jan Luitzen - Wie is Johan Cruijff, insiders duiden het orakel Edwin Winkels - Het Barcelona gevoel Frits Barend & Henk van Dorp - Ajax, Barcelona, Cruijff Postscriptum: Heb je correcties, suggesties, aanmerkingen, aanvullingen of zelf een idee voor een team dat hier ontbreekt? Het is, inclusief naamvermelding, als vanzelfsprekend allemaal welkom in deze openingspost. Voor nu wordt deze openingspost afgesloten met de woorden van huidig Barcelona-trainer 'Pep' Guardiola: "I didn’t see the Ajax of Johan Cruyff, I didn’t see the Real Madrid of Di Stefano and the Santos of Pelé. But if in 10 or 15 years’ time people remember us for the football that we are playing now, that will make me very happy.” -----------------------------------
Ik zie nog steeds teams die met de lange bal en voorzetten werken maar die zijn lang niet meer zo hard en strak. Want als ze dat proberen dan is de bal als het ware zo ontworpen dat er een schot in wordt 'gelezen' en gaat de bal zwabberen. Laatst gewijzigd door Nico; 09-05-12 om 11:05 |
||
|
|
|
|
|
#2 |
|
Deel 2
.
__________________ Piece by piece, I release, once was mine, now undone Turn blue, like New Orleans, and went down like, Southern Sun |
|
|
|
|
|
|
#3 | |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
#4 |
|
Om weer ontopic te gaan: bij die wedstrijd tussen Inter en Barcelona destijds is een beetje onderschat dat Inter niet alleen maar bezig was met reageren. Je zag het sowieso aan het spelbeeld maar ook aan wie op wie stond. Zo stond Eto'o niet op de snelste speler van Barcelona (puur reactief gezien zou je dat doen) maar primair op Keita. Dat gaf bij de omschakeling mogelijkheden om er overheen te gaan, wat soms gebeurde. Aan de andere kant: conditioneel en fysiek gezien was Eto'o één van de weinigen die Keita kon matchen, dus dat was weer wel heel reactief gedacht.
Ik denk dat dit een valkuil is voor veel teams. Je moet tegen Barcelona niet alleen maar reactief denken, je moet ook de zwakke punten van hen proberen te benutten (wat Mourinho ook met Madrid aardig probeerde maar helaas zijn de spelers daar minder gedisciplineerd). |
|
|
|
|
|
|
#5 |
|
Real Madrid was eigenlijk teleurstellend in die eerste wedstrijd dit seizoen(ondanks de rode kaart). Ik kan je voorbeelden geven hoe onzeker Barcelona ioverkwam in sommige uitwedstrijden de laatste 2 jaar (Stuttgart, Arsenal, Inter, Kopenhagen, Kazan) waarbij alleen Inter er uiteindelijk van profiteerde. In Camp Nou geeft Barcelona je amper de kans om initiatief te hebben, maar in je eigen stadion is meer mogelijk dan je misschien zou denken.
|
|
|
|
|
|
|
#6 |
|
Kopenhagen en Kazan heb ik niet in zijn volledigheid gezien. De andere wedstrijden wel en dat deel ik.
Ik heb het vermoeden dat Mourinho ze expres met 5-0 liet verliezen. Oké, misschien niet zo groot maar in zo'n korte tijd kun je weinig bewerkstelligen (zeker met die vedettes) en het kon van pas gekomen zijn dat ze even met de neus op de feiten werden gedrukt. In de overige ontmoetingen vond ik m.n. Ronaldo erg teleurstellend. Hem in de spits zetten of posteren aan de zijkanten kan heel goed uitpakken met zijn kracht en snelheid, als het ware een verbeterde versie van Eto'o (in die rol). Maar hij verdedigde gewoon niet mee. Aan de andere zijde kon Di Maria het niveau niet aan. Werd volledig geownd door Alves. Pandev, hoe doorsnee ook, kon dat heel gedreven en slim. Op pure snelheid tegen Alves legde hij het af maar hij was heel goed in het afschermen van de aanvoerlijn. Koos Barcelona ervoor om Alves iets verder voor zijn voeten aan te spelen, pats, gelijk een andere Inter speler er bovenop. |
|
|
|
|
|
|
#7 |
|
Barça - Real vorig jaar...
|
|
|
|
|
|
|
#8 |
|
Koekebakker, jij bent nogal liefhebber (en ergens ook terecht) van het hele cultuur/authenticiteits-aspect. Pandev en Eto'o zijn wel een ander slag volk dan Ronaldo en Di Maria, zeker met de rol die deze spelers al hebben, hun speelstijl, afkomst en al helemaal de club. Ik denk niet dat je Ronaldo kunt overtuigen om kilometers te vreten ten behoefte van het resultaat, zeker niet bij Real Madrid. Bij Madrid dien je te heersen, zo is die club en dat straalt het ook uit. Een speler van het Iberisch schiereiland of Zuid-Amerika die normaal aanvallend denkt zal zich dan ook amper in die rol kunnen schikken denk ik. Heel onnatuurlijk.
__________________ Koekebakker: "Ik vind jou echt zo'n ontiegelijke eikel" |
|
|
|
|
|
|
#9 | |
|
||
|
|
|
|
|
#10 |
|
Ook dat is niet te vergelijken. Zoals je al zegt, beheerste Di Stefano die tackle. Dat zat dus in zijn natuur. Ook was hij meer een binnenspeler dan een puntspeler of flankspeler, dan sta je al wat verder teruggetrokken. Het Real uit die tijd speelde vooral in uitwedstrijden ook veel countervoetbal. Ronaldo en Di Maria zijn daar toch helemaal niet mee te vergelijken? Het type speler ook, gezien het tijdperk. In de jaren 80 zou dat best nog gelukt zijn denk ik, om die jongens in een keurslijf te stoppen, nu totaal niet. Die hebben een hele andere visie. Je mag al blij zijn als ze met beide benen op de grond blijven, want dat zie je zelden.
__________________ Koekebakker: "Ik vind jou echt zo'n ontiegelijke eikel" |
|
|
|
|
|
|
#11 | |
Wat ik wilde zeggen is dat meeverdedigen als aanvaller best wel in de clubcultuur zit. Het gebeurde in een tijd dat het elders niet de norm was (kon moeilijk ook, Real speelde geen stopperspilsysteem en dat was redelijk zeldzaam). |
||
|
|
|
|
|
#12 |
|
Gaat hier nog verder over worden gediscussieerd of op terug worden gekomen? Anders kan ik morgen/overmorgen even een OP maken met daarin een aantal clubteams die worden gezien als bij de besten ooit behorend, met een alinea (korte beschrijving) en opsomming van de prijzen. Landenteams laat ik eruit.
|
|
|
|
|
|
|
#13 |
|
|
Zou mooi zijn, ik neem aan dat Madrid, Benfica, Ajax en Bayern d'r bij zitten, net als het dream team van Cruijff, maar heb jij kennis van de beste teams uit Zuid-Amerika door de jaren heen?
|
|
|
|
|
|
#14 |
|
Een beetje. Daarvoor heb ik wat hulp nodig. Logische keuzes lijken mij te zijn: River Plate (jaren '40), Santos (jaren '60), Estudiantes (jaren '60/'70; eigenlijk gewoonweg regelrecht tuig), Independiente (jaren '70; vier keer de Copa Libertadores).
Laatst gewijzigd door Koekebakker; 02-06-11 om 20:23 |
|
|
|
|
|
|
#15 |
|
Wel apart, sinds de commercie in het voetbal zie je geen werelddominerende zuid amerikaanse ploeg die in dit rijtje zou passen.
|
|
|
|
|
|
|
#16 | |
|
Maar goed, op dit vlak zou ik hulp nodig hebben. Iig voor wat betreft het aanduiden van de teams (kunnen immers teams bij zitten die niet zoveel prijzen pakten maar legendarisch werden door hun manier van spelen). |
||
|
|
|
|
|
#17 |
|
Een criteria zou ook kunnen zijn hoe ze de voetbalwereld veranderde. Dinamo Kiev bijvoorbeeld.
|
|
|
|
|
|
|
#18 | |
![]() In welke zin veranderde Kiev de voetbalwereld (als in: nieuw op topniveau)? Het gebruik van statistieken? edit: Kiev speelde natuurlijk ook vloeiend voetbal dat heel effectief uitpakte. Laatst gewijzigd door Koekebakker; 02-06-11 om 22:13 |
||
|
|
|
|
|
#19 | |
|
||
|
|
|
|
|
#20 | |
|
Vast staat iig dat het gebruik van statistieken nieuw was in het topvoetbal (en er spectaculaire resultaten mee werden behaald). Lobanovski had hierin tevens een voorsprong doordat hij vele jaren daarvoor bezig was geweest met computers, tot in de jaren '60. |
||
|
|
|
|
|
#21 |
|
Zoiets moet het dan worden:
Inleiding: Momenteel is Barcelona het meest bewierookte team ter wereld. Met drie kampioenschappen, twee Champions League, twee Spaanse supercups, één Europese supercup, één wereldtitel en één Spaanse beker behoort het bij de succesvollere teams in de historie. In het bijzonder wordt het vertoonde spel geroemd en spitst zich daarop de discussie toe. Zo is Guardiola van mening dat het Dream Team nog steeds groter was dan zijn team. Cruijff schreef daarentegen de maandag na de gewonnen finale tegen Manchester United het tegenovergestelde. Dit team heeft er een "extra dimensie aan toegevoegd". Hieronder een aantal teams die tot de besten ooit worden gerekend: River Plate 1941-1947 ![]() Bijgenaamd 'de machine'. De cesuur wordt gelegd op het moment dat de jonge, snelle, energieke Angel Labruna de overige aanvallers complementeert en terugzakkende schaduwspits (binnenspeler) Pedernera definitief basisspeler wordt van het team (anciënniteit was in deze culturen een factor van belang). Speelde met vijf spelers die het in zich hadden om het spel naar zich toe te trekken en het spel te maken. Mede daardoor niet altijd even effectief en doelgericht (toen al als zodanig erkend) maar tegelijkertijd ook sterk afwijkend van het door Engelse immigranten ingeprente stopperspilsysteem. De nooit vermoeibare Loustau was in de theorie van het stopperspilsysteem de linker vleugelspits maar bestreek in de praktijk de gehele linkerflank (bijnaam: ventilator-vleugel). Di Stefano schiep later in interviews op dat enige mate van efficiëntie ook helemaal niet de bedoeling was geweest. De sterkst mogelijke formatie speelde in deze zes jaar maar 18 keer samen, wat mogelijkheden bood voor de adolescent Alfredo Di Stefano om zijn steentje bij te dragen. Sommige dragende spelers van de ploeg, m.n. de twee leiders, en spelers die ook daadwerkelijk het spel mochten maken, Pedernera en Moreno, hadden een belangrijke rol in het winnen van vier Copa América's (1941, 1945, 1946, 1947). Helaas gaf de oorlog in Europa hen geen kans om hun kunsten te laten testen tegen de sterke Engelse en Italiaanse teams. Door kleine ergernissen en uiteindelijk een staking over salaris, transferrechten (spelers mochten worden getransfereerd zonder hun toestemming) en wettelijke erkenning van hun vakbond viel het team, en Argentijnse voetbal, in 1947 uit elkaar. Velen vluchtten, doordat het autoritaire Argentinië hun licentie in trok, naar het niet door de FIFA erkende Colombia. Dit laatste speelde later een cruciale rol in de geruchtmakende transfer van Di Stefano naar Real Madrid. Dit team heeft de pech dat van hen bijna geen beelden zijn geschoten of zelfs zijn vernietigd. Sterkhouders: Labruna, Loustau, Moreno, Munoz, Pedernera, (Di Stefano) Gewonnen prijzen: Landskampioen van 1941, 1942, 1945, 1947. Ligabeker (Copa Adrián C. Escobar) in 1941. Beker der regio-kampioenen (Copa Ibarguren) in 1941 en 1942. Beker tussen de kampioen van Argentinië en Uruguay (Copa Aldao) in 1941, 1945 en 1947. Laatst gewijzigd door Koekebakker; 03-06-11 om 16:30 |
|
|
|
|
|
|
#22 |
|
Real Madrid 1953-1960
![]() Het Real Madrid van de jaren '50 is onlosmakelijk verbonden met de naam Alfredo Di Stéfano. Door gekissebis over zijn vertrek in 1964 met voorzitter Bernabeu is hij een tijdje uit beeld geweest maar nadat Bernabeu overleed drentelde Di Stéfano weer terug naar de succesrijke gronden. Sinds hij begin jaren '80 bij de club betrokken raakte, draaft hij na zijn trainerscarrière op bij vele presentaties en herdenkingen. Vriend en vijand zijn het erover eens dat hij het voorbeeld is van een ambassadeur voor een traditierijke voetbalclub. Hoewel in 1954 en 1955 de derde en vierde landstitel werden behaald, steeg het team pas naar grote hoogtes toen Puskás zijn schorsing zag worden opgeheven en daaropvolgend vertrok naar de Spaanse hoofdstad. De komst van Puskás (al 31 jaar bij zijn komst in 1958) verleende Di Stéfano de ruimte om een linie naar achteren te zakken. Zijn veelzijdigheid was reeds eerder opgevallen (tijdens de Superclásico tussen River Plate en Boca Juniors stond hij voor 15 minuten onder de lat en liet geen bal door) maar pas nu kwam hij, en zijn teamgenoten, helemaal in zijn element. Hij liet steekballen van zijn voet vallen, gaf voorzetten, verdedigde in eigen strafschopgebied mee, bestreek de hele lengte en breedte van het veld. Na een verloren wedstrijd zei Barcelona coach Helenio Herrera: "als Pelé een violist is, dan is Di Stéfano het complete orkest!" Real Madrid maakte in die jaren net als het Santos van Pelé vele lucratieve buitenlandse reizen. Deze twee clubs ontmoetten elkaar één keer in 1959 ter ere van de afscheid nemende aanvoerder Miguel Munoz (welke overigens zelf niet meespeelde, er stond wat eer op het spel). Real Madrid wint in eigen stadion met 5-3. Het hoogtepunt van deze periode betreft de Europacup-1 finale in 1960 tegen Eintracht Frankfurt in Glasgow. Met 7-3, zelfs toen voor een topwedstrijd een grote uitslag, werd op verbluffende wijze gewonnen. Hierna ging het licht langzamerhand uit voor deze generatie voetballers. In de jaargang 1960-1961 werden vier glaszuivere doelpunten tegen FC Barcelona afgekeurd en kon Real Madrid in de eerste ronde van het EC-1 toernooi naar huis. Dat de rek bij de inmiddels 35-jarige Di Stéfano en Puskás er uit was werd het volgende jaar in Amsterdam tegen Benfica duidelijk. In de tweede helft van de wedstrijd zette Benfica-coach Béla Guttmann een mannetje op Di Stéfano. Waar dit een paar jaar eerder geen enkele zin had doordat Di Stéfano zich op elke positie in het veld senang voelde en met zijn zelfvertrouwen en uithoudingsvermogen (of intelligentie, het is maar hoe je het bekijkt) desnoods rondjes ging rennen op het veld, en de mandekker er braaf achteraan liet lopen, daar blijkt nu dat toch echt iedereen een dagje ouder wordt. Benfica kantelt de wedstrijd en wint met 5-3. Het markeert het einde van een tijdperk en het einde van het project van president Santiago Bernabéu om door middel van supersterren de uitgebouwde stadions vol te krijgen en het bij 100000 socios geleende geld op deze manier terug te verdienen. Bernabéu zag als één van de eerste voorzitters de potentie en eeuwigheidswaarde van het Europacup toernooi. Toen de successen uitbleven greep hij in 1964 hard in; Di Stéfano vertrok met veel tromgeroffel uit de hoofdstad. Sterkhouders: Di Stéfano, Gento, Kopa, Munoz, Puskás, Rial, Santamaría, Zárraga. Gewonnen prijzen: Landskampioen in 1954, 1955, 1957 en 1958 (1960-1964). Winnaar EC-1 in 1955, 1956, 1957, 1958, 1959, 1960. Wereldbeker in 1960. Copa Latina in 1955, 1957. Kleine wereldbeker in 1956. Laatst gewijzigd door Koekebakker; 03-06-11 om 17:46 |
|
|
|
|
|
|
#23 |
|
Madrid fans die er niet tegen kunnen en 50 jaar oude elftallen gaan analyseren en concluderen dat Madrid beter was
|
|
|
|
|
|
|
#24 |
|
Wacht nu maar af totdat alles gepost is en het staat je trouwens vrij om zelf iets te schrijven of aan te dragen. Kun je daarna een oordeel opmaken of Madrid er te positief vanaf komt t.o.v. de rest dan wel misplaatste vergelijkingen worden gemaakt.
edit: de directe vergelijking moet je sowieso proberen te vermijden bij een inleiding. Het is een schets van de opkomst, de karakteristieken van het team en weer de neergang. Het is een openingspost, geen misplaatst salomonsoordeel. Laatst gewijzigd door Koekebakker; 03-06-11 om 19:00 |
|
|
|
|
|
|
#25 |
|
Ziet er al goed uit KB. Als je klaar bent even alles goed vergelijken
.
__________________ A.F.C. Ajax - KAMPIOEN 2010/2011 'To infinity... and beyond!' - Buzz Lightyear |
|
|
|
|
|
|
#26 |
|
|
|
|
|
#27 |
|
Misschien het topic dan ook breder trekken. Niet 'Is Barça de beste?' maar 'Welk team is de beste?'
__________________ A.F.C. Ajax - KAMPIOEN 2010/2011 'To infinity... and beyond!' - Buzz Lightyear |
|
|
|
|
|
|
#28 |
|
Wat boeken die ik erbij heb gepakt:
Alex Bellos - Futebol Erik Brouwer - In den beginne was de bal August Willemsen - De Goddelijke Kanarie Zie nog het meest op tegen een stukje over Bayern München, hoe je dat niet al te negatief moet benaderen
|
|
|
|
|
|
|
#30 |
|
Santos 1958-1970
![]() Santos begon met twee staatskampioenschappen in 1955 en 1956 al aardig de traditionele top van São Paulo (Corinthians, Palmeiras en FC São Paulo) te bedreigen voordat Pelé bij de club kwam. Omdat zijn moeder het niet toe liet dat hij naar Rio de Janeiro, en in mindere mate elke andere grote miljoenenstad, zou gaan, besloot hij op advies van Waldemar de Brito bij de opkomende grootmacht welke 40 kilometer buiten São Paulo gehuisvest was, een contract na te jagen. Niet dat dit een probleem was: zijn ster rees snel. Door een opgelopen beenbreuk van Vasconcelos kreeg Pelé zijn kans. Direct bij zijn debuut in 1956 scoorde Pelé zijn eerste doelpunt. Toen hij bij het kampioenschap tussen Rio en São Paulo (1957) in 9 duels 5 doelpunten maakte kreeg hij een uitnodiging voor een internationaal toernooi. Het gecombineerde team van Vasco da Gama en Santos speelde in dat toernooi tegen drie overige Braziliaanse teams en vier Europese teams (Sevilla, Lazio Roma, Dinamo Zagreb en Belenenses). In de eerste wedstrijd tegen het Portugese Belenenses maakte Pelé zijn tweede hattrick, amper twee weken nadat hij in een competitiewedstrijd vier doelpunten maakte. In juli van dat jaar speelt hij voor Brazilië zijn eerste interland in de Copa Roca (een traditionele wedstrijd tegen Argentinië), hier scoort hij zijn eerste van 95 doelpunten voor de Seleção. Hij is dan nog maar 16 jaar. Het jaar sluit hij af met de topscorerstitel (36 doelpunten). Santos kende in die tijd ook nog andere goede spelers. Zoals Zito, een nuttige middenvelder waarop Pelé kon leunen. Of Jair, een afbouwende craque die hem veel kon leren over het sterrendom. Of Pepe, een soort verbeterde versie van Ryan Babel met een loeihard schot. Maar net als Ademir da Guia, de ster van de grote concurrent Palmeiras (de Academia van het voetbal) die nooit een kans kreeg in het nationale team, raakten zij allemaal snel ondergesneeuwd. Santos en Pelé herdefinieerden in die tijd de tweede spits positie. Na het trauma van het WK 1950 besloten Braziliaanse teams massaal om een extra, vierde verdediger op te stellen. De zogeheten ponta-de-lança werd voor dit doeleinde geslachtofferd. Santos zag het na een aantal jaren echter anders en verleende de tweede spits eerherstel in het gebruikelijk geworden 4-2-4 systeem. Niet lang erna kwam Pelé langs. In plaats van aangever was de positie van tweede spits primair één van afmaker geworden. De individualistische, intuïtieve brille van Pelé, nota bene na het trauma van 1950 door de Braziliaanse opiniemakers vervloekt vanwege de veronderstelde defensieve kwetsbaarheid, bleek perfect te werken. Naar het WK van 1958 ging Pelé toe als wisselspeler. Per toeval krijgt hij daar het nummer 10 toebedeeld. Hij blijft ermee spelen wanneer hij op het einde van het jaar een onovertroffen aantal van 58 competitie-doelpunten heeft gefabriceerd. De verdere historie van het vedette-nummer is bekend. Ook is Pelé onderdeel van een generatie die in het voetbal niet meer worden gediscrimineerd omdat ze zwart zijn. Waar Zizinho als ster van de vorige generatie slechts sporadisch en met tegenzin werd opgeroepen voor de Seleção, en Friedenreich in de jaren '20 zijn huidskleur wit poederde, daar kan Pelé gewoon elke wedstrijd meepikken. Doordat Santos het zwaartepunt snel verlegde van Rio (met de behoudendere clubs Botafogo en Fluminense) naar São Paulo raakte de acceptatie van andere milieus in het voetbal in een versnelling. Santos wordt een attractie in binnen- en buitenland. In totaal speelde Santos (mét Pelé, want zonder Pelé komen de helft minder toeschouwers en Santos contractueel de helft minder geld) precies 130 wedstrijden tegen Europese clubs. Tegen Feijenoord, GVAV werd op het laatste moment te zwak geacht, wonnen ze in 1959 met 3-0, het Groningse Oosterpark was bij de immense belangstelling met een capaciteit van 18000 toeschouwers veel te klein. Hierin school tegelijkertijd de tragiek, want Santos (en de spelers) had nog zoveel meer kunnen winnen. De Braziliaanse bond wilde dat alleen de kampioenen mee mochten doen aan de Copa Libertadores omdat op die manier meer kon worden getourd. Wanneer dat wordt geweigerd trekt de bond alle clubs terug. Een paar jaar later besluit het bestuur van Santos dit eigenhandig (1967). Daardoor blijft Santos op twee Copa's en twee wereldbekers steken (1962 en 1963). Tegen het einde van de jaren '60 heeft de Braziliaanse bond haar lesje geleerd en trekken ze de regie naar zich toe. Het WK van 1966 was een fiasco omdat vele voetbalclubs de Seleção zagen als uithangbord voor hun spelers (die ze te gelde zouden kunnen maken in Europese tours) en inspraak verkregen in het selectiebeleid. Voor het WK van 1970 wordt niets aan het toeval overgelaten maar de prijs is dan wel dat alle Braziliaanse clubs niet meedoen aan de Copa Libertadores van 1969 en 1970. Pelé en de andere (voor het Westerse publiek bekendere) Santos sterspelers Clodoaldo en Carlos Alberto zijn na een aantal drukke, vermoeiende jaren met reizen, signeersessies, reclamecampagnes, speelfilms tot op het bot gemotiveerd om er wat van te maken. Pelé is inmiddels wat meer een aangever geworden, minder explosief ook, en zet nog één keer alles op alles om zijn stempel te drukken (in 1962 en 1966 lukte dat niet). Drie maanden voorbereidingstijd, waarbij zelfs de NASA wordt geraadpleegd, zorgen voor de ultieme beloning: een derde wereldtitel. Sterkhouders: Carlos Alberto, Clodoaldo, Coutinho, Dorval, Edu, Jair, Mauro, Pagão, Pelé, Pepe, Toninho Guerreiro, Zito Gewonnen prijzen: Staatskampioenschap in 1958, 1960, 1961, 1962, 1964, 1965, 1967, 1968 en 1969. Kampioen van Rio-São Paulo in 1959, 1963, 1964 en 1966. Beker om het landskampioenschap (Taça Brasil) in 1961, 1962, 1963, 1964 en 1965. Officieuze beker om het landskampioenschap (Taça de Prata) in 1968. Copa Libertadores in 1962 en 1963. Wereldbeker in 1962 en 1963. edit: zoals altijd zijn verbeteringen en aanvullingen welkom Laatst gewijzigd door Koekebakker; 05-06-11 om 17:35 |
|
|
|
|
|
|
#31 |
|
Sowieso zijn de elftallen van 2011 beter als die van 1950, dat tempo is veel te laag. Zelfs Fc Oss zou het Barca van 1950 van de mat speln.
|
|
|
|
|
|
|
#32 |
|
Dat is net als zeggen dat de nieuwste en snelste superauto de beste auto ooit is. Je kunt natuurlijk beargumenteren dat het inderdaad waar is en in een race met een vijftig jaar oude Ferrari wint de nieuwe wagen met vijf straatlengten, maar het is gewoon flauw om zo te redeneren. Misschien was de oude auto destijds wel een gigantische sprong voorwaarts op het gebied van de autotechniek en hebben alle latere automakers voortgebouwd op de innovaties van die specifieke auto. Ook kan het dat de oude bak nóg mooier is dan die nieuwe flitsende kar. Je kunt auto's van verschillende tijdperken dus simpelweg niet op die manier vergelijken en zeggen dat de ene beter is dan de andere, en hetzelfde geldt voor voetbalteams. Ja, als het Barcelona van nu tegen het Ajax van Michels en Cruijff zou voetballen zou Barcelona puur op tempo en conditie winnen, maar dat betekent niet dat ze een hogere plek verdienen in het voetbalpantheon.
|
|
|
|
|
|
|
#33 | |
__________________ Real Madrid CF | Rayo Vallecano de Madrid | Getafe CF | Liverpool FC |
||
|
|
|
|
|
#34 | |
|
||
|
|
|
|
|
#35 |
|
Ajax 1968-1973
![]() Toen in januari 1965 Rinus Michels zich meldde bij het in degradatienood verkerende Ajax was het Nederlandse voetbal beslist geen woestenij. De boeken Brilliant Orange en Inverting the Pyramid identificeren een aantal gunstige omstandigheden voor het Nederlandse voetbal. De welvaart nam bijvoorbeeld toe, daardoor waren de jaren van schaarste voorbij en verbeterden de voedselkwaliteit, de medische wetenschap, de mogelijkheden voor full-prof voetbal en de sportspecifieke opleidingen. Michels had zelf na zijn actieve carrière de academie voor lichamelijke opvoeding gevolgd, was daarna een tijdje leraar geweest, en had daardoor een gedegen generalistische achtergrond (en wist dat pressing in andere sporten in de mode was geraakt). Ook lag de nadruk in dit land veel meer op techniek, is het starre stopperspilsysteem nooit populair geworden en werd er geen strikte mandekking gehanteerd. Bij Ajax werd reeds voor de komst van Michels geoefend volgens de Schotse passing-game en werd, zonder dat één enkel, eenvormig en eenduidig spelsysteem werd opgelegd, zoveel mogelijk door alle lagen van de vereniging heen deze uitgangspunten benadrukt. De achtergrondvoorwaarden waren zogezegd gunstig. Hoewel al het onderstaande niet ontsprong uit één of ander bedacht blauwdruk en het langzamerhand moest groeien, paste Michels direct een ijzeren discipline toe. Waar Duitsers behoefte hadden aan aimabele vaderfiguren als Helmut Schön omdat zij de discipline van zichzelf bezitten en van nature een tekort aan zelfbewustzijn tentoonspreiden, daar was het bij de Nederlanders omgekeerd. Zo redeneerde Michels tenminste. Na de (gewonnen) wedstrijd mocht er worden doorgezakt en op de trainingen was er ruimte voor grappen en humor maar hij hield zoveel mogelijk de touwtjes en regie strikt in handen. Als het hem niet zinde liet hij voor straf spelers om zeven uur s'ochtends opdraven, waarna hijzelf in zijn auto wegscheurde. Hij liet spelers doelbewust hun handen verbranden op het moment dat ze een sigaret in hun broekzak verstopten. Hij belde aan bij huizen en controleerde de warmte van motorkappen om te zien of ze op tijd op bed lagen. Met gerichte opmerkingen kon hij ten overstaan van de groep ("ik wil niet dat jij naar voren gaat want dan komt Suurbier één-tegen-één te staan, dat kan hij niet") spelers motiveren. Voor persoonlijke, emotionele gesprekken had Ajax Salo Muller, de amateur-psycholoog, in huis (masseur van beroep). Nieuw was zijn verlangen om van iedereen een full-prof te maken. Arie Haan moest zijn studie afbreken, anderen moesten hun werk opzeggen. Alleen zo kon er intensief worden getraind, waarbij trainen met de bal voorop stond maar tegelijkertijd, en dat was nieuw bij Ajax (Nederland?), conditie- en looptrainingen op het programma stonden. Bovendien kon het concept van druk zetten worden geïmplementeerd, dit werd onmogelijk geacht te doen met amateurs of semi-profs. Gradueel werd Ajax beter en beter. Er werd afscheid genomen van het in Europese wedstrijden kwetsbare 4-2-4 systeem en een aantal spelers zoals Soetekouw, Pronk en Van Duivenbode werden allen te licht bevonden. Het 4-3-3 systeem met inschuivende verdediger kwam ervoor in de plaats. Voor dit laatste werd de voortreffelijke buitenlander Velibor Vasović gehaald. Ajax ontmoette steeds taaier wordende defensies ("muren"). Michels ging daaropvolgend de verticale en horizontale positiewisselingen invoeren. Dit laatste werd makkelijker geacht uit te voeren in een 4-3-3 veldbezetting. Tenslotte was daar de factor Cruijff. Cruijff voerde elke dag voorafgaand aan de training in het kamertje van Michels een gesprek. Cruijff kon zo zijn invloed doen gelden, de stemming onder spelers overbrengen aan Michels én de stemming van Michels zelf peilen en dat weer doorgeven aan de spelers. Michels corrigeerde de (tactische) fouten van Cruijff maar Cruijff corrigeerde, in toenemende mate naarmate hij ouder werd, in het veld ook tactische fouten van Michels (Cruijff schatte dat percentage op 10%) en kon als geen ander de wedstrijd lezen, iets wat door Michels werd onderkend. Spelers begonnen begin jaren '70 elkaar op het veld instinctief aan te voelen. Het moment kwam naderbij dat, zoals Rep het zei, men klaar was met het gezeur van Michels. Michels vertrok naar Barcelona. Aan de nieuwe trainer vroegen de spelers: "Wat vindt u van ons lange haar?" Trainer: "Ik ben een coach, geen kapper". Onder de wat lossere opvolger Stefan Kovács speelde Ajax haar beste wedstrijden met als hoogtepunt de 4-0 tegen Bayern München (later door L'Equipe uitgeroepen tot Europacup-wedstrijd van de eeuw). De ontspannen houding werd door de meeste spelers gewaardeerd. Sommige spelers konden minder waardering opbrengen voor de aan scherpte ingeboete trainingen. Arnold Mühren sprak over "anderhalf uur lummelen". Bij gebrek aan gezag van de trainer ontpopte Cruijff zich steeds meer tot de leider. Helaas kan dan niet iedereen even goed om gaan met het door Cruijff gehanteerde 'conflictmodel' (Cruijff zei er later over dat hijzelf gemotiveerd raakte van conflicten, later door hem toegepast als trainer). De irritaties lopen op en eind '73 wordt niet Cruijff maar de steeds moeizamer spelende Keizer door de spelersgroep gekozen tot aanvoerder. Ajax vindt in de tweede ronde tegen CSKA-Sofia haar waterloo. Cruijff vertrekt kort daarop naar Barcelona. De dan aangestelde Knobel verzucht in een interview: "dit Ajax is door drank en vrouwen kapot gegaan", waarna hij niet lang daarna werd ontslagen. Sterkhouders: Blankenburg, Cruijff, Hulshoff, Keizer, Krol, Neeskens, Rep, Swart, Vasović Gewonnen Prijzen: Landskampioen in 1968, 1970, 1972 en 1973. Bekerwinnaar in 1970 en 1972. Europacup-I in 1971, 1972 en 1973. Wereldbeker in 1972. Europese supercup in 1973. Alweer: aanvullingen, suggesties, correcties en verbeteringen zijn welkom. Laatst gewijzigd door Koekebakker; 05-06-11 om 16:38 |
|
|
|
|
|
|
#36 | |
|
Bij nader inzien ben ik van plan om te doen: Benfica Independiente (dat is wel lastig omdat in Engelstalige, Duitse en Nederlandse bronnen niet zoveel bekend is maar ik ga een poging wagen denk ik) Ac Milan Barcelona Bayern München valt af omdat in een Duits boek over de Bundesliga (ooit gekocht toen in DLD was) door de spelers wordt gezegd dat ze begin jaren '70 beter speelden. Maarja, toen was daar Ajax... Helemaal eerlijk is het ook weer niet want in de finale van 1974 hadden ze voor het oog van de wereld ontzettend veel geluk. Doelpunt in de laatste minuut, een slecht veld wat hen goed uit kwam, schorsingen voor sterspeler Ufarte (en nog iemand) en de replay werd, ronduit belachelijk, amper drie dagen later gespeeld, tot ontsteltenis van de Spanjaarden die daar een complot in zagen. De finale van 1975 liep (ook mede door Leeds, de Engelse supporters en de scheidsrechter) volledig uit de hand. In 1976 waren de Fransen uit St. Etienne met Rocheteau en Bathenay gevaarlijker, speelser en wankelde Bayern maar wonnen de Duitsers toch. Hoewel je respect moet opbrengen voor hun prestatie (niemand is het nadien nog gelukt), zat er geen glans aan, deels buiten hun schuld. edit: zoals Plato aan geeft speelden toen de Borussen uit Monchengladbach het beste, meest geoliede, voetbal. Laatst gewijzigd door Koekebakker; 06-06-11 om 13:51 |
||
|
|
|
|
|
#37 |
|
Wil je het alleen bij club's houden? Of tellen landenteams ook mee?
__________________ Koekebakker: "Ik vind jou echt zo'n ontiegelijke eikel" |
|
|
|
|
|
|
#38 |
|
Ik houd het alleen bij clubs. Landenteams zijn interessant maar ik weet niet of dat vergelijkbaar is (in sommige gevallen overlapt het trouwens een dominant clubteam). Ik nodig iedereen uit om het te doen als hij of zij wil.
Een paar willekeurige suggesties van mijn kant zijn: - Inter van de jaren '60 (aparte manier van cattenacio werd gehuldigd maar ik wil er geen fanboy-betoog van maken) - Het Celtic van de jaren '60 (een zeer bijzonder verhaal is dat waarbij sprankelend voetbal werd gespeeld) - Het grote Liverpool - Juventus van de jaren '90 - Ajax van de jaren '90 (die ga ik misschien nog proberen) |
|
|
|
|
|
|
#39 |
__________________ Wilfred Genee is een baas. |
|
|
|
|
|
|
#40 |
|
Goede posts Koekebakker. Leuk om te lezen en het wordt (in ieder geval door mij
) gewaardeerd.
__________________ Nu hebben we een dichte deur met een dagslot, nachtslot, haken en anti inbraakstrip. Maar die inbraakstrip zit niet vast dus dan kun je die net zo goed wegdonderen in plaats daarvan dan maar even wat olie op de scharnieren doen zodat je makkelijk de deur uit kan. |
|
|
|
|
|
|
#41 | |
|
Nogmaals: aanvullingen zijn welkom. Dan zet ik er uiteraard een naam en dankwoord bij (Geschreven door: [.....]). Laatst gewijzigd door Koekebakker; 06-06-11 om 09:57 |
||
|
|
|
|
|
#42 | |
__________________ Recession is when your neighbor loses his job. Depression is when you lose yours. And recovery is when Mark Rutte loses his |
||
|
|
|
|
|
#43 |
|
Ja, die speelden toen het beste voetbal.
Uit de periode dat Independiente goed presteerde was iets soortgelijks aan de gang. Het Huracan van Menotti stal de show. Maar itt Bayern speelde Independiente wel goed (vooral in 1974-76). |
|
|
|
|
|
|
#44 |
|
Benfica 1960-1970
![]() De één zijn dood is de ander zijn brood zegt men wel eens. Als FC Porto eind jaren '50 in grote financiële problemen komt, twijfelt Benfica-voorzitter Vieira de Brito geen moment en contracteert hij de Hongaar Béla Guttmann als coach. Guttmann, opgeleid volgens de aanvallend ingestelde Donau-school, was enorm ervaren en had in een hoop landen veel overgedragen en zelf geleerd. Oostenrijk, Nederland, Italië (waar toen veel buitenlanders speelden), Brazilië en zelfs de Verenigde Staten waren zijn standplaatsen. Een echt vastomlijnd spelsysteem had hij niet, bij Benfica zou hij afwisselen tussen het 4-2-4 systeem en de 'ouderwetse' WM-formatie. Maar altijd met de aanvallende, beweeglijke, op direct spel, over de grond gebaseerde aanvalsintenties van de Donau-school. Hijzelf zei er letterlijk over: "als mijn team meer doelpunten maakt dan tegen krijgt win je altijd". Ruzie maken kon hij ook. Met besturen (hij bleef zelden langer dan drie jaar hangen) en met de pers. Een verslaggever vroeg of Eusébio niet te jong was. Guttmann snauwde terug dat als je goed bent je leeftijd geen mallemoer uit maakt. Het is altijd een punt van discussie gebleven of Benfica destijds eenzelfde ruzie-achtige houding had met de paternalistische dictatuur van Salazar. Benfica-aanhangers wijzen erop dat hun club destijds het enige democratische instituut was van het land en interlands tijdens de dictatuur nooit in hun stadion werden gespeeld. Salazar zag liever niet dat de club in het rood speelde, dat was de kleur van de communisten. Nee, veel liever het wit, het wit van het Katholicisme en Real Madrid. In een wedstrijd tegen Real Madrid in 1965 deed Mario Coluna zijn beklag bij de scheidsrechter, hij kon zich nadien melden bij de politie. De puriteinse Salazar verbood overspel, seksualiteit in het openbaar en vond negers een inferieur ras. God, vaderland en familie stonden in hoog aanzien bij het regime. Maar toen Benfica, mét overspelige negers, grote successen ging behalen werd Eusébio tot nationale schat gebombardeerd en mocht hij niet vertrekken. Eusébio antwoordde tegen Salazar: "Excuseer me mijnheer de president, ik betaal periodiek mijn belastingen en mijn huur, staatseigendom kan ik toch ook niet zijn?". De verwerving van dit 'staatseigendom' kan op het conto worden geschreven van de eerder genoemde Vieira de Brito. Hij, een rijke koffiehandelaar, had vanuit beroepswegen connecties in de (voormalige) koloniën. Door de komst van Coluna, Santana en Aguas (opgegroeid in een jagers- en verzamellaarscultuur) maakte Europa kennis met het atletische Afrikaanse voetbal. De grootste 'schat' van allemaal was Eusébio. Vieira de Brito en Guttmann, beiden hadden hun rol hierin, kaapten gezamenlijk Eusébio weg van de Mozambikaanse satellietclub van Sporting Lissabon. Sporting accepteerde het uiteraard niet maar omdat Eusébio en zijn moeder standvastig waren in hun besluit viel er weinig tegen te doen. Het verhaal dat Eusébio nog net niet spiernaakt op het vliegveld aan kwam is overbekend maar illustratief voor de situatie. Analfabeet of niet, Eusébio werd al snel de "Europese Pelé" genoemd vanwege zijn, in Europa, ongeziene atletische spel, vele doelpunten en het uitblinken op momenten dat de overigen naar primitieve middelen grepen (zoals op het als hard en negatief bekend staande WK1966, waar Eusébio topscorer werd). Benfica haalt met relatief jeugdige spelers snel resultaat en staat in 1961 in het Wankdorf-stadion van Bern tegen FC Barcelona. Dit stadion is overbekende grond voor twee Hongaren van Barcelona, Sándor Kocsis en Zoltán Czibor. De derde Hongaar, de aan tuberculose lijdende Ladislao Kubala, deed op het WK 1954 niet mee maar wordt het meeste van verwacht. Alwéér waren de Hongaren favoriet, alweer haalde de tegenstander allerlei trucs uit (gasten geld aanbieden om hotelkamers te bezetten), alweer was de vedette niet topfit en alweer zou de favoriet als eerste scoren. Wat ook niet veranderde was dat de underdog vrij verdiend won, met 3-2. Voorzitter De Brito krijgt in de rust een hartaanval, overlijdt bijna maar als hij zijn ogen opent zegt hij: "Wat een privilege om lang genoeg geleefd te hebben voor het zien van deze dag. Mijn God, Benfica is de beste club van Europa. Een mooiere dag om dood te gaan kan ik me niet voorstellen". Gelukkig voor hem ging hij niet dood want er kwam nog een tweede gewonnen finale voor het verder gegroeide Benfica. Het globale wedstrijdverloop staat vermeld in het stuk over Real Madrid. Deze finale in Amsterdam, waar de spelers voorafgaand aan de wedstrijd langs de Lijnbaangracht liepen om handtekeningen uit te delen, wordt dankzij de aanvallende intenties en kwaliteiten van beide teams, door de opa van de voetbaljournalistiek als één van de mooiste finales uit de historie beschreven. Brian Glanville is weliswaar, hoe kan het ook anders, nog lyrischer over de finales met Britse teams maar deze staat er niet ver achter. Eusébio, pas dat seizoen basisspeler, steelt samen met middenvelder Coluna de show, is de matchwinner en Benfica wordt voor de tweede keer op rij Europees kampioen. Guttmann vraagt daarop opslag voor hem en zijn spelers. Dat wordt geweigerd, onbetaalbaar. Guttmann is boos en prevelt de overbekende vloek. Benfica zou nooit meer een Europese beker winnen. Dat komt uit. Eusébio zou veel later als coach voor de zekerheid zijn graf bezoeken en smeken om vergiffenis maar het hielp niet. Benfica zou in de jaren '60 nog drie Europese finales spelen, allen verloren. In 1969/1970 laat dit Benfica zich voor het laatst spreken. Tegen het eveneens aanvallende en sterke Celtic wordt een 3-0 achterstand in eigen huis goedgemaakt. Benfica scoort zelf ook drie doelpunten. Wat nu? Op het EK1968 werd de muntworp gehanteerd, een seizoen later de beslissingswedstrijd. Benfica moest toen tegen Ajax (1969) een wedstrijd in Parijs spelen (de NOS was overigens helemaal verrast en stond uit paniek in de aanloop verslag te doen vanuit een hoerenkast, echt waar). Maar nu heeft de UEFA weer de muntworp van stal gehaald. Aanvoerders McNeill en Coluna staan in het kamertje van de scheidsrechter samen met twee, ter controle dienende, clubbestuurders naar het gulden-muntje te kijken. McNeill zegt 'kop'. Het muntje valt, rolt en blijft liggen. Kop was het verdict. McNeill kwam terug het veld op en het feest kon beginnen voor Celtic. Dit was de laatste keer dat de UEFA het in zijn hoofd hield om dit onrechtvaardige systeem toe te passen. Sterkhouders: Augusto, Águas, Coluna, Costa Pereira, Eusébio, Germano, Simões, Torres. Gewonnen prijzen: Landskampioen in 1960, 1961, 1963, 1964, 1965, 1967, 1968 en 1969. Bekerwinnaar in 1959, 1962, 1964 en 1969. Beker van Lissabon (Taça de Honra) in 1963, 1965, 1967, 1968, 1969. Europacup-I in 1961 en 1962. Miniwereldbeker in 1965. Laatst gewijzigd door Koekebakker; 06-06-11 om 19:39 |
|
|
|
|
|
|
#45 |
|
Deze mooie video hoort erbij:
Of hier tegen Real Madrid in 1962 |
|
|
|
|
|
|
#46 |
|
Vwb Pelé kan ikzelf de film Pelé Forever aanbevelen (mbt voetbalkwaliteiten is er bijna geen betere documentaire over een voetballer of club). Van Cruijff is uiteraard de film 'Nummer 14' verplichte kost. |
|
|
|
|
|
|
#47 |
|
Ik wil hier ook nog even mijn hulde plaatsen. Mooi om te zien dat mijn topic zo'n interessante en leerzame wending heeft gekregen.
|
|
|
|
|
|
|
#49 |
|
|
Prachtige posts Koekebakker.
|
|
|
|
|
|
#50 |
|
Koeky
, prachtig om te lezen allemaal.
__________________ SuikerBrood cukor chlieb sukkerbrød сахар хле pan de azúcar Zucker Brot cukr chléb pain de sucre chleb cukru pão de açúcar socker bröd şeker ekmek Sûkerbôle. |
|
|
|
|
![]() |
![]() |
||
De besten ooit & Het best spelende team van dit moment
|
||
| Discussietools | Zoek in deze discussie |
|
|
|