|
|
FSV
In de VI van deze week staat een interview met Feyenoord spelers Stefan Babovic.
Hieronder een beknopt verslag van het interview met de kersverse Feyenoorder.
Hij overleefde twee oorlogen, speelde op de vlucht voor de NAVO-bommen op dertienjarige leeftijd een seizoen voor de Griekse topclub Olympiakos, brak als voetballer van FC Nantes de kaak van een medespeler en kreeg Rood tegen Ajax. Het leven was hard voor Stefan Babovic (22) het grootste talent van Servië die ooit de Messie van de Balkan werd genoemd.
Rode kaart:
Het was tegen Ajax geen rode kaart. Ik spring omhoog met mijn armen gespreid en raak met mijn hand Vertonghen in het gezicht. Hij bloedde en de scheidrechter geeft rood. Guus Hiddink en Willem van Hanegem vonden het niet terecht en ik ook niet. Daarom ga ik dan ook in beroep. Ik wil niemand een kaart aanpraten, maar als ik hier al rood voor krijgt had Suarez met zijn slaande actie zeker rood moeten krijgen.
Feyenoord:
Een oom woont in Rotterdam. Twintig jaar geleden kwam hij hiernaar toe en werd supporter van Feyenoord. Het fanatisme van de supporters deed hem denken aan thuis. Wanneer mijn oom sprak begon hij over Feyenoord, volgens hem de mooiste club ter wereld. Als Feyenoord scoort, moet hij huilen, zo diep zit het. Zo groot is Feyenoord dus. Ik wilde hoe dan ook naar deze club.
Als kind voetbalde ik voor ons huis op een pleintje en altijd tegen oudere jongens. Ik was een dribbelaar en dan weet je dat ze je te grazen willen nemen. Iedere dag kreeg ik schoppen. Mijn moeder vond dat niet normaal, “laat je toch niet bont en blauw schoppen riep zeâ€, maar ik was doof voor die adviezen. Zo heb ik de basis gelegd voor mijn carrière.
Ik ben 22 jaar en heb twee oorlogen mee gemaakt. Dat is niet normaal voor iemand van mijn leeftijd. Oorlog, je hebt er een leven voor en erna. Om dan in de aller donkerste tijden toch een streepje licht te zien is het moeilijkste wat er is. Maar als het je lukt, kun je heel veel aan.De grootste les die ik heb geleerd, is dat als mens bescheiden moet blijven. Morgen kan alles anders zijn.
Als jeugdspeler kwam ik bij Partizan Belgrado terecht. Bij de eerste proeftraining waren er zo’n 200 jongens, verspreid over vier velden. Ik begon op veld vier, bij de zeg maar, talentlozen. Ik pikte de bal op, ging iedereen voorbij en scoorde. Aan het einde van de dag stond ik op veld één en mocht ik blijven. Ik was een jaar of negen en opeens ben je profvoetballer. De liefde voor de club wordt erin gestampt net als de haat tegen Rode Ster. Je bent negen jaar, speelt tegen Rode Ster en de jeugdtrainer begint te schreeuwen dat we ze moeten vermoorden. Dat gaat ver.
Op mijn twaalfde kon ik naar Olympiakos in Griekenkland. Het was mijn beste jaar als jeugdvoetballer. Ik scoorde aan de lopende band. Olympiakos was onze vluchtroute voor de oorlog en dat zal ik nooit vergeten. Ik ben die club eeuwig dankbaar. Maar ik wilde terug naar Belgrado. Ik wilde mijn familie en vrienden weer zien en wilde mijn belofte inlossen, debuteren in het eerste bij Partizan. Ik kwam terug op mijn veertiende en drie jaar later speelde ik mijn eerste competitiewedstrijd en deputeerde ik in de UEFA Cup. Daarmee was mijn doel verwezenlijkt, daarvoor was ik teruggekomen uit Griekenland. Ik werd twee maal achterelkaar gekozen als grootste talent van Servië en eenmaal als beste speler van het land. Nadat ik Partizan had verlaten, vanwege een meningsverschil met de clubleiding, speelde ik twee goede seizoenen bij OFK Belgrado en wilde Napoli, Herta BSC, AS Monaco en FC Nantes me hebben. Naïef als ik toen was, koos ik voor de laatste club. Dat is achteraf geen goede stap geweest.
Nantes is natuurlijk wel een club met naam. Tevens staat de club bekend dat zij jonge spelers een kans geven. Helaas bleek het heden anders te zijn. Nantes speelde niet mij favoriete spelletje, zeer verdedigend. Ik had het er matig naar mijn zin. Frankrijk is een moeilijk land. Iedereen spreekt er Engels, maar niemand doet het. Bewoners vinden dat jij maar Frans moet spreken. De mensen zijn er erg gesloten. Dat is héél anders in Rotterdam. Toen ik vorige week door Rotterdam liep, werd ik al herkend en spraken de supporters me aan. “Hé Babovic, Ajax hé†vervolgens sloegen zij met de vuist in de handpalm. Dit is voetbal, dacht ik, passie.
Ik ben geen moeilijke jongen. Maar als je eenmaal een naam hebt, kom je er niet vanaf. Het klopt dat ik een ploegmaat een gebroken kaak heb bezorgd, maar geloof me dat was niet bewust. In de kleedkamer duwde wij elkaar een beetje en gleden daarbij beide uit. Op dat moment raakte ik hem. Hij was zo ongelooflijk ongelukkig dat-ie zijn kaak brak. De media doken er meteen op. Ik was volgens hen een vechtersbaas, agressief en noem maar op. Daar ging mijn imago. Toen ik net bij Feyenoord was merkte ik dat ploeggenoten me op afstand hielden. Zij hadden de verhalen uit Frankrijk ook gehoord en wilde weten wat voor type de club nu weer in huis had gehaald. Na een week of twee, toen ze me leerde kennen, sloeg de sfeer om. Niemand geloofde dat ik een ploegmaat bewust een gebroken kaak had bezorgd. Dat deed me goed. Die ene kleine vechtpartij was de eerste en de laatste in mijn leven.
In de wedstrijd tegen FC Den Bosch schoot ik een vrije trap tegen de paal en maakte een kopgoal. De Franse televisie heeft ooit een item gemaakt van schoten en vrije trappen van mij die op de paal of lat eindigde. Het was alsof er daar een vloek op me rustte. Ik mocht blijkbaar niet scoren. Ik hoop dat het bij Feyenoord anders gaat en dat ik regelmatig doelpunten gaat maken, zodat ik mee kan naar het WK. Onze bondscoach heeft de wedstrijd tegen Den Bosch gezien en stuurde me een sms’je met daarin, goed gespeeld, mooie vrij trap en prima goal. Ik weet dat de bonscoach me in de gaten houdt. Dat geeft me dan weer extra energie.
Ik ben erg trots op mijn vader. Vanuit een garage in begon mijn vader een boetiek. Hij verkocht spijkerbroeken en was tot diep in de nacht in de weer. Van niet maakte hij iets. Hij is nu een succesvolle zakenman. Ik krijg mijn salaris keurig op tijd, maar niet van mijn vader. Als het wel zo was, had ik het gezegd. Het is een misverstand dat ik een dure jongen ben. Ik wilde naar Feyenoord voor een salaris dat vele malen minder is dan wat ik bij Nantes kreeg. Onze kracht is dat we de waarde van geld kennen. Nu hebben we het goed eerst hadden we niks, maar dat betekend niet dat we geld over de balk smijten. Ik wil me eerst op Feyenoord concentreren. Als ik volledig mijn draai heb gevonden zal ik vertellen wie mijn vader is en wat hij allemaal heeft gedaan. Ik heb het net als hem niet altijd makkelijk gehad, maar we zijn blijven knokken.
De Nederlandse competitie is aanvallend. Supporters zullen Stefan Babovic altijd zien werken. Geluk komt je niet aanwaaien, je dwingt het af. Ik heb al zoveel meegemaakt, dat ik op alles ben voorbereid. Feyenoord heeft me tot het einde van het seizoen gehuurd van FC Nantes. Ik ben eerlijk: ik wil niet terug. Ik hoop dat ik beval en dat ik nog jaren in Rotterdam kan blijven bij de mooiste club van Nederland
|

vr, 06/11/2009 - 07:55
"Mijn arm als een wapen? Ik ben Jackie Chan niet!''
... aldus Stefan Babovic tijdens zijn arbitragezaak in Zeist, november 2009.
"Feyenoord is pure passie. Zó hoort het"
... aldus Stefan Babovic in de VI van 4 november 2009
Ik ben nu al fan.
|